20 april behandelt de Tweede Kamer het actieplan ‘Focus op vakmanschap’. In het actieplan beschrijft Minister Van Bijsterveldt hoe zij de kwaliteit van het middelbaar beroepsonderwijs denkt te verhogen. Inmiddels wordt er van alle kanten gereageerd op het plan, zie bijvoorbeeld de nieuwspagina vanwww.mboraad.nl. Wij willen graag weten wat jullie vinden van het actieplan. En dat doen we aan de hand van de volgende stellingen. Reageer, dan zorgen wij ervoor dat de Tweede Kamerleden uw reacties kunnen meenemen in het debat.
Stelling 3
De minister wenst vermindering van de uren in de beroepspraktijk als onderdeel van de efficiencyverhoging in het mbo. Dit gaat ten koste van de waarde van het mbo-diploma voor de arbeidsmarkt.
Tags:
Permalink Antwoord van M. Sombroek op 13 April 2011 op 11.34
Permalink Antwoord van Sem van Geffen op 13 April 2011 op 11.52
Permalink Antwoord van John Flierman op 13 April 2011 op 12.21 Ik zal maar niet zeggen dat dit een hele domme redenatie is van deze minister. Wetenschappelijk is allang aangetoond dat de uren op school uiteindelijk maar ongeveer 20% van het mogelijke succes bepaalt van een student. Het succes wordt dus voor 80% bepaalt buiten school en daarin neemt het informele leren (zeg maar het leren in de praktijk) een belangrijk deel in. Vermindering van beroepspraktijk staat daar haaks op, maar zorgt niet voor een efficiency verbetering (rendement, vertrouwen etc..)
De efficiency verhoging van het MBO onderwijs heeft alles te maken met het ervaren vertrouwen van bedrijven in de opleiders en het succes van jongeren. Ik zou juist het pleidooi willen houden dat de minister de ondergrens voor beroepspraktijk gaat ophogen, met haar collega's de bedrijven (MKB/VNO-NCW) nog verder aanspoort om een zekere vorm van "regie" te nemen bij de beroepsmatige ontwikkeling van jongeren (heeeel veeeel bedrijven doen dat al) en aan de opleiders vraagt zich meer toe te spitsen op de pedagogische-didactische professionaliteit. Dus meer regie vanuit het bedrijfsleven.
En laat de opleiders met die focus (op ontwikkelen en leren) ook de bedrijven ondersteunen door te investeren in het "leer klimaat" binnen het bedrijf.
De waarde van het MBO diploma is vooral het waarde ordeel van "vertrouwen" tussen bedrijf, opleider en lerende.
Verkorting van het traject waar mogelijk prima, ophoging van het belang van de beroepspraktijk in het curriculum en professionalisering binnen de onderwijsinstellingen op gebied van pedagogiek en didactiek. Kom op Marja, je kunt het!
Permalink Antwoord van Marten Ris op 13 April 2011 op 21.11 Natuurlijk. We krijgen de opdracht om competentie gericht onderwijs te implementeren. Een van de peilers van CGO is: dat de praktijk leidend moet ijn.
Anderzijds roept iedereen dat onderwijs en arbeid beter op elkaar moet worden afgestemd.
En dat gaan we nu inregelen door het aandeel BPV in de opleidingen te reduceren.
Ik geloof dat ik het niet meer begrijp.....!!
Permalink Antwoord van Toon Honer op 14 April 2011 op 0.26
Permalink Antwoord van Bert van Toor op 14 April 2011 op 9.18 Ons systeem van beroepspraktijkvorming/stage is juist één van de krachtige peilers van ons Middelbaar Beroeps Onderwijs en geeft studenten van niveau 1 t/m 4 de mogelijkheid om compenties en beroepsvaardigheden aan te leren die je in een schoolsituatie nooit kunt simuleren en ervaren. De voorgenomen forse korting op de BPV zal voor veel bedrijven geen stimulans zijn om nog stagiairs aan te nemen. De piek op de begeleidingstijd zit nu eenmaal aan het begin van de stage en daarna verschuift het naar een vorm van coaching waarmee de student, met name bij niveau-4 opleidingen, de ruimte heeft om te werken aan bijvoorbeeld zijn competenties: met druk en tegenslag omgaan; op de behoefte van de klant richten; ondernemend handelen; relaties bouwen en netwerken; collegiaal gedrag; enz. Met name bij zzp-ers en de vele kleine bedrijven zal die intensieve begeleiding een flinke wissel op hun productieve bedrijfstijd trekken. Het gevolg zal zijn dat de krapte op de stagemarkt alleen nog maar zal toenemen.
Permalink Antwoord van maria stuit-fase op 14 April 2011 op 9.55 Geenzins, er zijn al vele verkorte routes op de markt,. Er wordt al veel opgeleid bij flexcontracten, ZZP ers en in de flexibele schil.( en niet te vergeten door de uitzendbureau's die geenszins BPV uren kunnen garanderen.)Die trend zet zich onverminderd voort, het bedrijfsleven wil nu eenmaal in de huidige tijd zo snel mogelijk mensen op een bepaald vakniveau hebben. Het aantal BPV uren is daarbij los gelaten, immers de voorkeur gaat uit naar min. 24 uur per week bij BBL en geconcentreeerd in BOL, maar de kenniscentra hebben de regel niet opgenomen in de regeling.
Als de arbeidsmarkt gevolgd moet worden zal het onderwijs dus veel meer flexibele routes moeten aanbieden, de organisaties vragen daar om, indien een ROC daar niet aan kan of wil voldoen wendt men zich steeds vaker tot een particiliere, geaccrediteerde onderwijsaanbieder die dat wel kan . Het is tenslotte aan de werkgever om te zorgen dat medewerkers op voldoende niveau geschoold zijn om hun werk te doen. Het onderwijs zal volgend moeten zijn om een plaats te behouden in het aanbod en de markt.Er is vanuit organisatie een grote behoefte om de kortere route te bewerkstelligen door de schoolvakanties in te korten(zomermaanden)
De kwaliteit minder? Daar is nog onvoldoende onderzoek naar gedaan. De organisaties die er mee werken borgen de overdracht van vakmanschap door de vakmensen daarvoor te faciliteren en de BPV op innovatieve manier vorm te geven.Daar moet meer en meer aandacht voor komen. Binnen enkele jaren verdwijnen de "vakmensen", maak daar gebruik van.
Permalink Antwoord van Yvonne Valk op 14 April 2011 op 15.28 Waar blijft een visie van OCW? Eerst CGO onderwijs, praktijkgericht en dan nu weer minder BPV. Daar waar de student nu juist de competenties kan toepassen/laten zien.
Permalink Antwoord van Elizabeth van der Kamp op 14 April 2011 op 15.36 Voor de jongeren in niveau 1 en 2 is beroepspraktijkvorming ontzettend belangrijk.
Ze zien wat ze moeten doen. ervaringen opdoen. Het komt voor dat als ze bv. stage lopen in de zorg, toch anders ervaren (uit het boekjes lijkt het wel leuk) dan dat ze gehoopt hadden. Omgekeerd bemerken wij dat ook vanuit handel/economie.
Werken in de praktijk is dus heel belangrijk voor deze categorie leerlingen. Ik zou zeggen meer praktijk en minder school uren. Op de stageplekken gaat het goed, komen ze op tijd en vinden dat leuk. Het leuk vinden van de leerling daar gaat het toch om, dan komen ze ook nog met plezier voor de schoolse zaken, die ze op de stage niet kunnen doen.
Vaak komen leerlingen ook niet verder dan niveau 1 of 2, dan is het plafond gehaald.
Het meer op school zitten wordt helemaal een probleem. Er is nu al zoveel spijbelgedrag, of te laat komen.
Permalink Antwoord van Gérard Opstelten op 14 April 2011 op 15.42
Permalink Antwoord van Yvonne Valk op 14 April 2011 op 15.42 Voor de jongeren in niveau 1 en 2 is beroepspraktijkvorming ontzettend belangrijk.
Ze zien wat ze moeten doen. ervaringen opdoen. Het komt voor dat als ze bv. stage lopen in de zorg, toch anders ervaren (uit het boekjes lijkt het wel leuk) dan dat ze gehoopt hadden. Omgekeerd bemerken wij dat ook vanuit handel/economie.
Werken in de praktijk is dus heel belangrijk voor deze categorie leerlingen. Ik zou zeggen meer praktijk en minder school uren. Op de stageplekken gaat het goed, komen ze op tijd en vinden dat leuk. Het leuk vinden van de leerling daar gaat het toch om, dan komen ze ook nog met plezier voor de schoolse zaken, die ze op de stage niet kunnen doen.
Vaak komen leerlingen ook niet verder dan niveau 1 of 2, dan is het plafond gehaald.
Het meer op school zitten wordt helemaal een probleem. Er is nu al zoveel spijbelgedrag, of te laat komen.
Permalink Antwoord van Jessica Smits op 15 April 2011 op 8.14 Welkom bij
Het Nieuwe Beroepsonderwijs
Dit platform is een initiatief van:
Het ecbo, het Platform Beroepsonderwijs en het Consortium Beroepsonderwijs en wil het geluid van onderwijsprofessionals laten doorklinken.
© 2012 Gemaakt door CongresMedia.
Verzorgd door
.