Het CPB vergeleek de programma's van de politieke partijen en wij van hetnieuweberoepsonderwijs.nl zetten de resultaten op het gebied van onderwijs op een rijtje. De meeste partijen trekken extra geld uit voor maatregelen in het onderwijs, alleen PVV en CDA bezuinigen per saldo op deze categorie. Hierbij past wel de kanttekening dat beide partijen bezuinigen op inkomensmaatregelen zoals gratis schoolboeken, de ov-studentenkaart, of de hoogte van het collegegeld - ook andere partijen bezuinigen op deze posten. D66 trekt het meeste extra geld uit. PvdA, VVD en GroenLinks bezuinigen op de onderwijsuitgaven door de invoering van een (vorm van) sociaal leenstelsel voor de studiefinanciering.
Dat zijn de belangrijkste conclusies op het gebied van onderwijs, van de analyse door het Centraal Planbureau van de verkiezingsprogramma's van 9 politieke partijen die donderdag bekend werd. Van de partijen in de huidige Tweede kamer deden allen de Partij voor de Dieren en Trots op Nederland niet mee. Op SGP, CDA en PVV na intensiveren alle partijen per saldo op onderwijs, waarbij het totaal aan netto intensiveringen ligt tussen 0,6 mld euro (SP) en 2,2 mld euro (D66). Figuur 2.8 toont de intensiveringen en ombuigingen voor het onderwijsbeleid.

De voorstellen zijn op basis van empirische studies gewogen op hun bijdrage aan de materiële welvaart. Een voorstel is kansrijk als de maatschappelijke baten naar verwachting groter zijn dan de kosten. Bij een aantal maatregelen is het effect in de analyse ‘onbekend’. Dat betekent dat de empirie onvoldoende aanknopingspunten biedt om het effect van het beleid te kunnen duiden. Veel partijen zetten in op dezelfde onderwijsthema’s. De mate waarin en de manier waarop kan per partij verschillen. Tabel 2.8 vat op de belangrijkste onderwijsthema’s de investeringen samen.

De thema’s zijn gerangschikt op basis van effectiviteit. Zo is prestatiebeloning bij gelijke inzet van middelen effectiever dan scholing van leraren. PvdA en GroenLinks zetten het meest in op kansrijke maatregelen, gevolgd door D66. VVD en PvdA zetten daarnaast in op de invoering van prestatiebekostiging van scholen, waarbij een deel van de basisfinanciering van scholen wordt gekoppeld aan de prestaties van hun leerlingen. Scholen worden zo op budgetneutrale wijze geprikkeld om de prestaties van hun leerlingen te verbeteren. De investeringen op kansrijke maatregelen van de andere partijen zijn relatief bescheiden. De SGP onderscheidt zich door een relatief grote ombuiging. Zij zet in op een efficiencykorting van de lumpsum van 1,1 mld euro, een maatregel die alleen haalbaar is via klassenvergroting in het onderwijs. De effecten van de kansrijke onderwijsvoorstellen per partij zijn samengevat in figuur 2.9.

In eerste instantie zijn de kosten van de maatregelen groter dan hun (financiële) opbrengsten. Deze kosten zijn deels budgettair. Daarnaast gaan mensen langer naar school waardoor het arbeidsaanbod de eerste decennia daalt. Echter, de kost gaat voor de baat uit en na het eerste decennium ontstaan er netto opbrengsten. Door de toename in het opleidingsniveau stijgt de arbeidsproductiviteit en neemt na verloop van tijd het arbeidsaanbod weer toe. Hoger opgeleide mensen participeren immers meer op de arbeidsmarkt. Het volledige effect wordt na lange tijd bereikt. Op dat moment is de hele beroepsbevolking beter opgeleid. Het totale effect op het bbp is de som van de hogere arbeidsproductiviteit en arbeidsaanbod, minus de budgettaire kosten. PvdA, GroenLinks en VVD realiseren met hun onderwijsbeleid een groot positief effect op het langetermijn-bbp. PvdA (1,5 mld euro) en GroenLinks (1,6 mld euro) zetten sterk in op kansrijke maatregelen. De VVD komt hoog uit door het invoeren van prestatiebekostiging van scholen in het primair en voortgezet onderwijs. D66 zet eveneens in op kansrijke maatregelen, maar in beperkte mate, waarbij zij kiezen voor een invulling met maatregelen met een relatief lage effectiviteit. De klassenvergroting van de SGP brengt budgettair veel op en resulteert uiteindelijk in een klein negatief effect op de arbeidsproductiviteit. De partij zet verder vooral in op de meest effectieve maatregelen. De voorstellen van de overige partijen hebben een minder groot effect op het bbp. Tabel 2.9 laat zien dat de meeste partijen weinig veranderen aan het budget voor wetenschappelijk onderzoek (inclusief de regeling voor kennismigranten) met uitzondering van SGP en GroenLinks, die het budget uitbreiden, en CDA, PVV en ChrU die het budget verminderen.

In veel gevallen is onbekend wat de invloed is van veranderingen in het budget voor wetenschappelijk onderzoek op de welvaart van Nederland. Wel pakt het voornemen van GroenLinks om meer prestatiebeloning in te voeren bij het wetenschappelijk onderzoek gunstiguit voor de welvaart. SP, ChrU en PVV bezuinigen alleen op maatregelen die de immigratie van kenniswerkers stimuleren, wat als niet kansrijk moet worden gekwalificeerd. Immers, kennismigranten verhogen de welvaart door kennisoverdracht uit het buitenland. GroenLinks en D66 trekken per saldo extra geld uit voor innovatie, terwijl VVD, ChrU, PvdA en PVV per saldo bezuinigen. Uitgezonderd de PVV, is het welvaartseffect van de voorstellen van de overige partijen onbekend door hun beperkte omvang. De PVV wil met 40% fors bezuinigen. Dit voorstel wordt als niet kansrijk bestempeld, omdat bezuinigingen van meer dan 20% de welvaart op lange termijn waarschijnlijk schaden. Alle partijen verschuiven het accent van thematisch beleid naar generiek beleid. VVD, PvdA, GroenLinks en PVV geven bijna alleen nog maar generieke subsidies in de vorm van de wbso. Het huidige thematische beleid werkt uit als een dure vorm van generiek beleid door hogere uitvoeringskosten van de overheid, hogere aanvraagkosten voor subsidie door bedrijven en meer welvaartsverstoring door interventie van belangenorganisaties. De verschuiving naar generiek beleid is dus kansrijk, omdat de kosten dalen terwijl de baten nauwelijks afnemen. Weliswaar kiest D66 ook voor meer generiek innovatiebeleid, maar voor het overblijvende thematische beleid wil deze partij scherpere keuzes maken. Scherpere keuzes zijn mogelijk kansrijk vergeleken met het huidige thematische beleid, maar ook risicovol vanwege een grotekans op overheidsfalen door verkeerde selectie. De grotere nadruk door alle partijen op generieke subsidies als de wbso leidt er toe dat de voordelen voor het mkb nog toenemen vanwege de inrichting van deze regeling. Dit neveneffect is waarschijnlijk niet kansrijk. Het mkb krijgt bij het huidige beleid immers voor een euro besteed aan onderzoek en ontwikkeling ongeveer 5 keer zoveel subsidie als het grootbedrijf. Er is geen bewijs dat het mkb in deze mate grotere maatschappelijke baten genereert. Sommige partijen, bijvoorbeeld CDA, VVD, SGP en GroenLinks willen daarom een meer gelijke behandeling bij de wbso van mkb en het grootbedrijf. Dit is waarschijnlijk kansrijk.
Wij zijn op basis van dit verhaal benieuwd naar wat een onderwijsprofessional stemt. Dat kun je hiernaast laten weten.
Voor meer info in de vorm van pdf.
Welkom bij
Het Nieuwe Beroepsonderwijs
Dit platform is een initiatief van:
Het ecbo, het Platform Beroepsonderwijs en het Consortium Beroepsonderwijs en wil het geluid van onderwijsprofessionals laten doorklinken.
© 2012 Gemaakt door CongresMedia.
Verzorgd door
.
Je moet lid zijn van Het Nieuwe Beroepsonderwijs om reacties te kunnen toevoegen!
Wordt lid van Het Nieuwe Beroepsonderwijs