Twitter

Recente activiteiten

Het Nieuwe Beroepsonderwijs posted blog posts
Zondag
jelle koolstra posted a blog post

Stop het filmen op school

Naast het Einstein Lyceum in Hoogvliet en het Goese Lyceum in Goes heeft vandaag ook Het Noordik in…See More
9 Apr
jelle koolstra posted a blog post

Clips; de manier om spannende onderwerpen aan de orde te stellen

Hoe handig het is om lastige/belangrijke issues aan de orde te stellen: je gaat ermee de straat, je…See More
6 Apr
jelle koolstra posted a blog post

Veranderingen in de media, van 17e eeuw tot de VS

Mark Deuze (1969) is van huis uit historicus, doceerde tien jaar in de Verenigde Staten en is nu in…See More
2 Apr

Wat is het Practoraat Sociale Media?

Het Practoraat Sociale Media is in september 2012 van start gegaan als een samenwerking tussen het Mediacollege Amsterdam, Grafisch Lyceum Utrecht, Hogeschool Inholland, Kenniscentrum GOC en het expertisecentrum beroepsonderwijs (ecbo). Doel van dit project is om tot onderwijsverbetering te komen middels de inzet van sociale media. Dit gebeurt op vijf deelgebieden;

1. De ontwikkeling van mediawijsheid bij studenten,

2. Sociale media voor docenten (zowel pedagogisch als didactisch),

3. Sociale media in de BPV/stage,

4. Sociale media bij doorstroom vmbo-mbo-hbo-beroepspraktijk en

5. Sociale media in het bedrijfsleven.

Vanuit het bedrijfsleven werken wij samen met drie partners: IDG Nederland, Pakhuis de Zwijger en de Publieke Omroep Amsterdam. Binnen dit laatste deelgebied bekijken wij de uitwisselbaarheid van sociale media-oplossingen tussen onderwijs en bedrijfsleven.

Meer informatie of vragen?

practoraat@ma-web.nl

Vanochtend om 11 uur stonden mijn collega Ivo en ik voor een groep met zes excellente 3ejaars HBO V. studenten op de HvA. Wij waren uitgenodigd om hen in een paar workshops te vertellen over hoe je sociale media in kunt zetten bij het onderwijs en bij de verpleegkunde (daar is die 'V' van); en daarin te trainen. Wij maken het concreet door uiteindelijk te zorgen dat er via de sociale media zoveel mogelijk studenten geworven worden om aanwezig te zijn bij de Anna Reynvaan lezing.

Wij hadden een interessante twee uur. Alle jongeren zitten dan wel op Facebook, maar het gebruiken voor je werk is nog heel iets anders. Er waren reserves en aarzelingen. Bekende twijfels over privacy en het aanvoeren van onzinnige kanten van de sociale media. Maar wij constateerden ook dat sociale media een functie kunnen hebben, zeker als het gaat om patienten die beter willen worden, op zoek zijn naar een 'second opinion', lotgenoten zoeken. En met een filmpje kun je soms net even effectiever communiceren dan met een schriftelijk verslag. Natuurlijk, goed van hen om kritisch te zijn, maar ook goed om wat dingen te proberen. Ivo en ik waren blij dat wij ook op die manier uit elkaar gingen. Wij hebben afgesproken dat wij ermee gaan experimenteren. Wij hebben vanmorgen zelfs op de valreep een filmpje met de studenten opgenomen. Ieders persoonlijke gevoel bij 'pijn'. Klinkt nu al spannend. Wij zetten het wel op Facebook...  

Precies op het moment dat wij om 11 uur begonnen aan de workshop publiceerde Jojanneke van den Bosch een enthousiast verhaal over Prof. Dr. Wolter Mooi. Ik werd er door een oud-stagiair via Twitter op gewezen (zo werken de sociale media ;-). Er was geen betere illustratie van ons betoog. Lees mee.

Tijdens de meeting van Social Media Club Amsterdam sprak Prof. Dr. Wolter Mooi (Department of Pathology VUMC) over de toepassing van sociale media in het wetenschappelijk onderwijs. Dit was dus een speech waar ik écht op zat te wachten. Mooi doceert in het Bachelortraject van de faculteit Geneeskunde. Sinds de zomer van 2010 maakt hij gebruik van Facebook. Aanvankelijk uit nieuwsgierigheid, maar al snel merkte hij dat het platform een mooie aanvulling is op zijn communicatie met studenten.

Ervaringen delen: verrijking van communicatie

Mooi: “Ik koos ervoor me als mens te presenteren en te kijken hoe studenten daarop zouden reageren. Ik begon met het posten van inspirerende afbeeldingen met onderschriften, maar al snel merkte ik dat studenten open stonden voor conversatie. Zo publiceerde ik ooit een foto van een hartverscheurend tragische situatie in een Afrikaanse bevallingskliniek. Ik kreeg bijzondere reacties van studenten op de door mij gepubliceerde foto. Eén student begon met ‘ik heb daar gewerkt!’, met een uitgebreide verhandeling over de achtergrond van de situatie daar. Een andere student kwam zelfs oorspronkelijk uit het dorp waar de foto was genomen en was juist in Nederland gaan studeren zodat ze een bijdrage in eigen land kon doen na afstuderen.”

De docent adviseert zijn studenten via zijn Facebookpagina ook ‘een ambitieuze slak’ te zijn. “Geneeskunde studeren, arts worden is bikkelen. Een lange adem hebben. Iedere keer een stukje verder. Tijd nemen om over stappen na te denken. En de manier waarop je contact kunt leggen tussen docent en studenten via Facebook is zo bijzonder. Het levert iets op en het is op andere manieren bijna niet te bereiken. En ja, ik deel ook vakantiefoto’s hier en daar.”

Oplaaiende gevoelstemperatuur

Mooi: “Op Facebook deel ik net iets meer informatie dan alleen collegestof. Ik leg contact en ben meer zichtbaar dan alleen als ‘docent voor een collegezaal’. Daardoor kan soms de gevoelstemperatuur oplopen. Soms omdat iemand misschien boos wordt… maar ja, ook anderszins.” Het fenomeen ‘student krijgt een zwak voor docent’ is dus niet alleen bekend van filmfiguur Indiana Jones. Ook de heer Mooi heeft het wel eens meegemaakt. “Het is me wel eens overkomen dat bij iemand de gevoelstemperatuur hoog op was gelopen. Ik ben duidelijk in waar die grens ligt: ‘tot hier en niet verder’. Het ergste dat kan gebeuren is dat iemand een blauwtje loopt. Maar we zijn allemaal volwassenen, daar moet je goed en waardig mee kunnen omgaan richting degene in kwestie.”

Facebook, e-learning, YouTube

Deze, in meerdere opzichten sociale docent, beperkt de integratie van sociale media niet tot Facebook. E-learning (in een besloten platform op basis van Master Pro via MedischOnderwijs.nl) behoort ook tot het online arsenaal, inclusief training van leerstof. Ook colleges via YouTube vormen een deel van zijn online sociale engagement. De video’s behandelen vrij taaie stof, waar ik als leek volstrekt geen verstand van heb, maar het maakt het ineens erg boeiend! Ook studenten reageren hier dan ook enthousiast op.

Mooi: “Ook tijdens hun wintersportvakantie kunnen ze een les volgen. Ze kunnen in principe leren waar en wanneer zij willen. Dat is echt van toegevoegde waarde. Het is ook fijn dat ze af en toe op ‘pauze’ kunnen klikken en de stof nader kunnen onderzoeken. Ik neem de video’s op met een niet te dure camera en aparte microfoon. Dat werkt prima, de kwaliteit is gewoon goed.” Toch is de heer Mooi niet geheel ongevoelig voor de kijkcijfers: “Ik zie YouTube eigenlijk als groot theater. Je wilt je studenten ‘vangen’, ze meenemen in de stof, het laten leven. Andere docenten kijken overigens ook naar mijn video’s. Het populariteitstellertje telt bij mij dan toch eerlijk gezegd toch ook wel een beetje.” Verwacht geen VPRO-doc, maar toch vind ik het boeiend.

In real life en online doceren op maat

“Als je dit wilt doen, moet je de situatie van kennisoverdracht op maat brengen, via video of in real life. Bijvoorbeeld met prachtige anekdotes die zich goed lenen voor het upspicenvan colleges.” Google Docs gebruikt Mooi sinds de zomer. Hij verwacht van studenten dat ze niet alleen video’s kijken en vragen beantwoorden, maar ook dat ze in staat zijn tot het schrijven van een stevig stuk tekst. Ze delen de stukken dan online en werken er samen online aan. “Maar van het schrijven van lange stukken in Google Docs, worden studenten toch echt minder blij.”

Aandachtspunten

“Ik heb gemerkt dat er wel wat aandachtspunten zijn voor studenten om echt rekening mee te houden bij het gebruik van Facebook”, vertelt de bevlogen docent. Op een rijtje:

  1. Studenten zetten soms dingen op hun Facebookprofiel, waar ze later last van krijgen. Als iemand bijvoorbeeld na een rotdag ‘ik heb alleen maar billen gewassen en niks geleerd!’ zegt, kan dat nare consequenties hebben. Het creëert ruis op de lijnen er kunnen ernstige klachten van komen.
  2. Studenten posten soms dingen die niet handig zijn als ze op zoek zijn naar een baan. Vult u deze zelf maar in.
  3. Zoals eerder gezegd: de gevoelstemperatuur kan op Facebook oplaaien, dat zie je eerst niet van een afstand. Daar moet je mee kunnen omgaan.

Er wordt overal veel geschreven en gepraat over het opstellen van richtlijnen over sociale media. Mooi: “Ik zie ze overal. Ik heb in Ad Valvas (onafhankelijk weekblad van VUMC, JvdB) tips hierover gegeven. Men moet niet teveel regels vastleggen, dat kan de bereidheid tot delen ernstig verstoren. Maar enig verstand is natuurlijk wel geboden.”

Vrijheid, blijheid

Over de vraag hoe medisch personeel online gaat samenwerken is hij duidelijk: “Ik ben vrijer, omdat ik docent ben en niet een afhankelijkheidssituatie heb met patiënten. Voorzichtigheid is geboden bij arts-patiëntenrelaties. Het kan goed, maar je moet het goed voorbereiden. Voor patiëntenverenigingen is het nuttig.” Ook collega’s van de professor zijn wel op Facebook, “Maar ik ga niet als ambassadeur rond. Wat mij betreft is het vrijheid, blijheid. Als mensen genoeg van me hebben op Facebook, vind ik dat prima. Dan zou ik maar ineens vijf vrienden hebben in plaats van 1060. Maar dan kén ik ze wél goed! Ik besteed er een kwartier per dag aan. Dat is dan wel om half zes ‘s ochtends, ik heb het erg druk.” En ja, hij twittert ook.

Wat een heerlijk verfrissend verhaal vond ik de bijdrage van Prof. Dr. Mooi. Hier word ik nu blij van. My two cents:  Laat dit een inspiratie zijn voor meer docenten op allerlei faculteiten. Het fijne is dat deze manier van doceren zoveel meer aansluit bij de belevingswereld van studenten. Ik ben sowieso a firm believer in blended learning. Online leren in combinatie met real life bijeenkomsten, is uitermate krachtig.

Weergaven: 109

Opmerking

Je moet lid zijn van Het Nieuwe Beroepsonderwijs om reacties te kunnen toevoegen!

Wordt lid van Het Nieuwe Beroepsonderwijs